Samsung NX500 User Manual (nl)

Download
Opnamefuncties
90
90
Opnamefuncties
Opnamefuncties
Met de functie AF-gebied wordt de positie van het scherpstelgebied gekozen.
In het algemeen stelt de camera op het dichtstbijzijnde onderwerp scherp. 
Wanneer er echter meerdere elementen in beeld zijn, kan het gebeuren dat 
de focus verkeerd komt te liggen. Om te voorkomen dat er op een verkeerd 
beeldelement wordt scherpgesteld, kunt u een ander scherpstelgebied 
kiezen zodat er op het gewenste deel van het beeld wordt scherpgesteld. 
U kunt zorgen voor een duidelijkere en scherpere foto door een geschikt 
scherpstelpunt te kiezen.
U stelt als volgt het 
scherpstelgebied in:
Druk in de opnamemodus op [m] 
ĺ
 b 
ĺ
 AF-gebied 
ĺ
 
een optie.
• 
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties 
verschillen.
• 
Wanneer de AF/MF-schakelaar is ingesteld op MF, kunt u het AF-gebied niet 
wijzigen in het opnamemenu.
Keuze AF
U kunt de focus instellen op een gebied dat uw voorkeur heeft. Pas een 
onscherpte-effect toe om het onderwerp er te laten uitspringen.
In de onderstaande afbeelding is het scherpstelgebied verplaatst en in 
formaat aangepast zodat het over het gezicht van het onderwerp valt.
Als u het scherpstelgebied wilt verplaatsen of het formaat wilt aanpassen, drukt u in 
de opnamemodus op [o]. Verplaats het scherpstelgebied met instelwieltje 2. Draai 
instelwieltje 1 om het formaat van het scherpstelgebied aan te passen.
De positie van Keuze AF opslaan
U kunt instellen dat de camera de laatst gebruikte AF-positie die is 
gebruikt door Keuze AF en Aanraak AF, onthoudt voordat de camera wordt 
uitgeschakeld.
U stelt deze functie als 
volgt in:
Druk in de opnamemodus op [m] 
ĺ
 b 
ĺ
  
Keuze AF-positie opslaan 
ĺ
 een optie.
AF-gebied